Theo van Gogh, the Naked Shit Songs en ‘veilige’ kunst

26 juni 2017

Een opera op basis van een interview van Theo van Gogh met de het kunstenaarsduo Gilbert en George uit 1996. Dat klinkt intrigerend genoeg. De tekst van het interview is volledig uitgeschreven en wordt in zijn geheel in de opera gezegd en gezongen.

Bekentenis: eigenlijk houd ik niet van opera, iemand een half uur lang zingend zien sterven is mij te kunstmatig drama. Maar het gegeven fascineert mij: in het gesprek met Theo van Gogh omschreef het duo hun buurtbewoners als zachtaardige moslims. Acht jaar later wordt Theo van Gogh door een heel wat minder zachtaardige moslim vermoord.

De titel The Naked Shit Songs verwijst naar de tentoonstelling The Naked Shit Pictures uit 1994 waarin Gilbert en George in vele standen naakt te zien zijn, inclusief enkele uitwerpselen. Die tentoonstelling vormde de aanleiding voor het interview door Theo van Gogh. Terwijl Theo van Gogh mensen behoorlijk het vuur aan de schenen kon leggen en in de hoek wist te drijven, lukt dat hem hier niet. Gilbert en George blijven ongrijpbaar door hun tegenstrijdige teksten, waarin zij benadrukken lower class te zijn, in een arbeidersbuurt te wonen en voor iedereen toegankelijke kunst te maken. Terwijl ze tegelijkertijd beroemd zijn en veel geld verdienen met hun provocerende beelden en foto’s. Ze verschijnen ook altijd met zijn tweeën, in keurige onberispelijke Engelse pakken, als echte gentlemen. Niet bepaald lower class.

De opera zelf is aangenaam eenvoudig geënsceneerd: een tafel met drie stoelen op de voorgrond, live-muzikanten, twee koren die het hele stuk aanwezig zijn en vier mensen, waaronder de componiste Huba de Graaff,  die aan de zijkant achter hun laptops de techniek verzorgen. Met daarachter live projecties van de bespeelde instrumenten en boventiteling in het Engels, Nederlands en Arabisch. Door deze enscenering komt de nadruk geheel te liggen bij de vragen en antwoorden, eerst gesproken en daarna gezongen.

Zou dit ook gewerkt hebben als toneelstuk, vraag ik me af. De teksten zijn interessant genoeg. Toch geven de muziek en zang aan meerdere onderdelen van het interview extra nadruk. Het is uitdrukkelijk muziektheater. Alleen jammer dat niet de hele tekst van het gesprek na te lezen is, waarschijnlijk omdat het interview zelf op dvd te bestellen is, net als alle andere 300 (!) Prettige Gesprekken die Theo van Gogh gevoerd heeft.

Huba de Graaff heeft veel moeite gedaan om er een moslimkoor bij te krijgen. Voor veel moslimkoren lag dit te gevoelig, maar het is gelukt. Het optreden aan het eind is vooral van symbolische waarde, en het leidt niet tot meer moslims in de zaal. Wat in 1996 nog een onschuldig Prettig Gesprek leek, zou dat nu niet meer zijn. Maar Gilbert en George gaan onverminderd door met actuele thema’s aan de orde te stellen, nu met hun Beard Pictures. Religie wijzen ze af, ze willen provoceren maar houden hun beelden dubbelzinnig. Ze willen niet vermoord worden. Kunst die aan de orde stelt, maar niet politiseert. Kunst die niet-eenduidige toegankelijke beelden laat zien, maar zonder een al te heftige boodschap. En daarmee blijft het veilige kunst. Theo van Gogh zocht die veiligheid niet, hij zocht de grenzen op en ging erover heen. Met dodelijk gevolg.

Het is mooi om in operavorm zo’n gesprek weer terug te zien. Voor de gutmenschen die naar een opera gaan, wit, hoogopgeleid en waarschijnlijk in meerderheid links (net als ik). Het zou het Holland Festival sieren om met haar maatschappelijke betrokkenheid verder te komen dan politiek geëngageerde voorstellingen in het festival zelf. Het theater uit, de levens in van de mensen waarover deze voorstelling gaat.