Nieuwsbrief 11 Kunst kan zo veel meer….

Maart 2019
De afgelopen week vroeg iemand naar mijn volgende Nieuwsbrief. ‘Er staan altijd zoveel interessante onderwerpen en links in’. Daar is hij weer. Ook nu weer een lange Nieuwsbrief vol verhalen over wat kunst kan betekenen voor ons allemaal. En dan echt allemaal, niet alleen dat deel van de bevolking dat toch wel op kunstbezoek gaat. En ook over financiering en de positie van kunstenaars, want dat zijn onontbeerlijke onderwerpen als we echt willen dat kunst meer betekent dan nu!
De maatschappelijke rol van kunst
De discussie over autonomie in de kunst blijft doorgaan. Ja, kunst is onderdeel van onze samenleving en dus altijd maatschappelijk. Dat zegt nog niets over de autonomie van de kunstenaar, die kan zelf kiezen wat voor kunst hij/zij maakt en voor wie. Toch? Rutger Ponzen stelt in de Volkskrant dat de samenleving altijd invloed heeft op kunst en dat die invloed niet uitgeschakeld kan worden: ‘autonome kunst is als een vis op het droge: die leeft niet lang’.
Er zijn er ook die vinden dat kunst altijd een maatschappelijk doel dient te hebben. In dit manifest van vier samenwerkende Nederlandse gezelschappen worden 22 regels geformuleerd voor de interdisciplinaire theatermaker. Regel 12: ‘The outcome must be urgent and contribute to a better world’. En volgens regel 16 en 17 moeten zowel crew als publiek divers zijn. Gelukkig zegt regel 18: ‘Your art is a starting point for discussion, not a conclusion. Ask questions, don’t pretend to have the answer’.
Op de nieuwjaarsreceptie van een aantal Amsterdamse cultuurinstellingen midden op de Wallen hoopt regisseur Eric de Vroedt op kunst ‘die de kloof ontkent noch ontvlucht, maar thematiseert en incorporeert. Naar theaterstukken waarin gele hesjes en blokkeerfriezen in de clinch gaan met grachtengordeltypes en kick-out-activisten. Naar kunst die de onrendabelen van deze samenleving een stem geeft zonder de succesvollen meteen monddood te maken. Niet meer plichtmatig de provincie in, maar samen met de regio’s verhalen vertellen over mensen die geworteld zijn in hun streek of wijk maar die net zo goed leven in de hyperkapitalistische, geglobaliseerde wereld van nu. Het is niet òf bloemencorso òf concertgebouw – ik snak naar nieuwe vormen die bloemenpracht en gemeenschapszin verbinden met de allermooiste klassieke muziek.’
Dat hoop ik met hem, maar ik verwacht dan wel dat hij daarmee ook buiten de gevestigde theaters optreedt, want daar voelt nog lang niet iedereen zich thuis. Zelden is een link zo vaak gedeeld als die ene die ik plaatste, waarin Daria Bukvic zich hevig stoort aan de gewijde sfeer van veel schouwburgen. Zij heeft het over hardnekkige bekaktheid, semi-deftige ontvangst en nog veel meer. Zelf theaterregisseur voelt zij zich in veel schouwburgen niet op haar gemak. Een hartenkreet die veel directeuren tot enige zelfreflectie mag nopen.
Dat stelt meteen de grote vraag aan schouwburgen: waartoe zijn wij op aarde? Zijn wij er vooral voor de kunst of zijn we er juist voor de gemeenschap waarin wij geworteld zouden moeten zijn en waarvan een flink deel nooit in het gebouw komt? En hoe zorg je ervoor dat je die community binnenhaalt? In dit Engelse artikel staat die vraag centraal en worden hiervan diverse voorbeelden gegeven, zoals een lokale start-up community beginnen in het eigen theatergebouw.
Uit onderzoek is bekend dat zo’n 40% tot 60% van de Nederlandse bevolking de gesubsidieerde kunst bezoekt (zie de onderste bijlage ‘Van de canon en de mug’ in deze link, sowieso een must om te lezen als je nadenkt over publieksontwikkeling). De rest bezoekt dus geen gesubsidieerde kunst (al kan het best dat zij iets anders ‘cultureels’ doen).
In de Verenigde Staten geldt iets dergelijks. Twee derde van de volwassenen zal niet snel een culturele instelling bezoeken. Voor vier op de tien geldt dat zij culturele instellingen niets vinden voor mensen zoals zij zelf. Dat heeft voor een flink deel te maken met de eenzijdige samenstelling van de huidige bezoekers en het aanbod: overwegend hoogopgeleid en blank.
En daarmee komen we op het thema diversiteit/inclusiviteit.
Het zijn soms simpele statistieken. Een onderzoek naar de kunstenaars vertegenwoordigd in een flink aantal grotere Amerikaanse musea laat zien dat 85% wit is en 87% man. Een onderzoek onder Britse theaterregisseurs maakt duidelijk dat 79% uit de (hogere) middenklasse komt, terwijl deze groep 27% van de bevolking uitmaakt. 10% van de regisseurs heeft een arbeidersklasse-achtergrond tin vergelijking met 44% van de hele bevolking. Verhelderende cijfers, met gevolgen voor de sfeer en gedrag in galeries en theater. En het gaat om veel meer dan alleen de programmering veranderen en inclusiever maken. Nog zo’n onderzoek in de Britse creatieve sector laat zien dat toegang tot de sector beperkt wordt door:

  • veel onbetaald of zwaar onderbetaald werk, waardoor jongeren met bemiddelde ouders dat langer volhouden en anderen dus niet
  • werving via-via, wat voordelig is voor mensen die al via hun opvoeding en ouders een netwerk in de sector hebben opgebouwd
  • selectie van mensen die lijken op de degenen die er al werken.

Resultaat: 95% van de werkers in de creatieve sector in Londen en omgeving heeft een hogere middenklasse-achtergrond; minderheden en mensen uit andere groepen van de bevolking zijn zwaar ondervertegenwoordigd.
‘Black people don’t go to galleries’ is de titel van een essay waarin pijnlijk duidelijk wordt hoe onuitgesproken culturele waarden worden doorgegeven en anderen uitsluiten. Zo erg dat de 14-jarige dochter van de auteur niet een galerie in wil omdat ze onmiddellijk voelt dat zij hier niet op haar plek is.  En dan dit relaas van een zwarte theatermaakster over de neerbuigende manier waarop zij behandeld wordt in een theater waar vrienden van haar op het toneel staan. En er een andere manier van theater beleven is, met veel gelach en geklap, dan de gebruikelijke zwijgende, stille en gewijde sfeer. Waarmee we weer terug zijn bij Daria Bukvic.

Kunst en het klimaat
Steeds meer kunstenaars willen laten zien wat de gevolgen zijn van de klimaatcrisis of doen er zelf iets aan. Op Artistandclimatechange wordt een aantal van hen voorgesteld. Sowieso een blog om te volgen. In Nederland verenigt de Turnclub actieve kunstenaars op dit terrein, zie hier hun agenda. En lees ook dit interview met de fotografe Virgina Hanusik.

Zorg en welzijn (en justitie)
Op dit terrein lijkt steeds meer onderzoek te verschijnen dat een positieve relatie laat zien tussen het deelnemen aan kunstactiviteiten en eigen welzijn en gezondheid.
Kunst bezoek helpt tegen depressies: https://nl.express.live/museum-en-bioscoop-zijn-wapens-tegen-depressie/. Een tien jaar lang durend onderzoekonder 30.000 kinderen in de Verenigde Staten toont een positief verband tussen kunstactiviteiten en schoolprestaties, juist bij kinderen uit gezinnen met lage inkomens. En dan nog dit zeer uitgebreide Britse artikel over de positieve effecten van kunstbezoek en sport op gezondheid en welzijn. En uit Finland dat dansen veel positieve sociale effecten heeft voor kinderen.
Ook de mensen die zorg verlenen leren veel van kunst. Wat zelfs leidt tot de stelling dat bezuinigen op kunst schadelijk is voor de volksgezondheid! Minstens net zo bijzonder zijn de medische studenten aan Stanford die hun studie combineren met een vorm van kunstenaarschap. In dit artikel een aantal voorbeelden.
Toch zijn kunstprojecten in de zorg nog vrijwel altijd afhankelijk van culturele subsidies. Dat schiet niet op. Het wordt nu echt tijd dat de zorgsector, met name de zorgverzekeraars, zich hiervoor meer gaan inspannen. Zolang het bij incidentele projecten blijft, blijft het behelpen. Wie doorbreekt de vicieuze cirkel? Hiervoor wordt ook gepleit in Mestmag: het gaat om het samen (zorg én kunst) formuleren van doelen en het bij elkaar brengen van versnipperde kennis om te onderzoeken op welke manieren deze doelen het beste bereikt kunnen worden.
In België wordt nu ook samengewerkt tussen zorg en de kunstwereld, via KunstLoc werd ik geattendeerd op Through Art We Care. De bijbehorende conferentie lijkt zich vooral te laten inspireren door Engeland.
Dat vraagt ook wat van de opleidingen, zowel in de kunst als in het sociaal werk en de zorg. Rina Visser schreef een proefschrift over verschillende soorten community art en geeft les aan opleidingen sociaal werk. Daarom ook het pleidooi om kunst- en sociale opleidingen meer te laten samenwerken.
In Engeland bracht de Arts Council een publicatie uit met een update van onderzoek naar de relatie tussen kunst, welzijn en gezondheid. Ook hier lijken de bewijzen voor een positief verband tussen kunst voor gezondheid en welzijn zich op te stapelen.
Deze publicatie bevat ook een stevig hoofdstuk over de betekenis van kunst voor justitie. In veel van de activiteiten voor gevangenen is het uiteindelijke doel het voorkomen van recidive, oftewel terugval. Dat is geen eenvoudige opgave omdat veel factoren van invloed zijn: het strakke gevangenisregime zelf waarin weinig ruimte is voor het individu, de eigen geschiedenis en de gevolgen daarvan voor zelfvertrouwen en gedrag, en de omgeving waarin mensen na hun detentie terecht komen (huisvesting en werk bijvoorbeeld). Het interessante is dat getracht wordt een theory of change op te zetten waarin duidelijk wordt wat specifiek kunst kan bijdragen en op welke manier dat gebeurt. Verschillende vormen van kunst hebben een positieve invloed op het gevoel van eigenwaarde en zelfvertrouwen, op autonomie en je weer een individu voelen en zelf een prestatie kunnen leveren. Allemaal vormen van sociaal en cultureel kapitaal die weer een voorwaarde vormen voor gedragsverandering na de gevangenis.
Ook hier blijkt hoe moeilijk het is kwantitatief onderzoek op te zetten, met name omdat er geen direct verband is tussen kunst en verminderde recidive. Daarin spelen ook veel andere factoren een rol. Terwijl degelijk uitgevoerd kwalitatief onderzoek wel veel argumenten aandraagt dat kunst goed werkt. Er is ook aandacht voor de redenen waarom kunst werkt, en dat heeft veel te maken met de kwaliteiten van de kunstenaars. Deze zijn flexibel ingesteld en benaderen de gevangenisbewoners als gelijkwaardig, waardoor deze meer open staan voor het leren van nieuwe dingen. En de kunstenaars weten een veilige sfeer te creëren waarin ruimte is voor experimenteren met het eigen gedrag. Ruimte die er in het dagelijks gevangenisleven niet is. Dat alleen al is een goed argument voor het inzetten van kunstenaars in het gevangeniswezen.
Een voorbeeld uit Amerika, waar een acteerprogramma in een gevangenis leidt tot het besef dat gevangenen eigenlijk de hele dag aan het acteren zijn, een rol spelen, maar juist tijdens het theaterprogramma die rol kunnen afleggen en zich kwetsbaar durven voelen.

Bewijsgids
Overal waar kunstenaars actief zijn, wordt tegenwoordig om bewijs gevraagd van het effect van hun werk. Noch kunstenaars, noch culturele instellingen zijn hiervoor opgeleid of hebben daar de vaardigheden voor. Veelal blijft het steken in wat cijfers en anekdotes. Ook in Engeland worstelen ze daar mee en daar is net een gids verschenen voor culturele instellingen met verschillende stappen en keuzemogelijkheden om ieder op z’n eigen niveau bewijs te verzamelen. Het begint bij het begin: wat is bewijs en welke verschillende soorten heb je en wat kun je er wel en niet mee aantonen. En ook hier komt de theory of changeom de hoek kijken: waarom denk je dat kunst dit effect heeft? Zeker voor kunst buiten de kunstsector kan het handig zijn om hier naar te kijken, de bewijslast ligt dan bijna altijd bij de kunst zelf.
Iemand die weinig meer hoeft te bewijzen, is Francois Matarasso. Deze veteraan uit de community art heeft net een nieuw boek uitgebracht over alle veranderingen in deze manier van werken: A Restless Art. Inderdaad, een rusteloze kunstvorm met alle discussies vandien. Het boek is gratis te downloaden.
En hij stelt lastige vragen:  wat kan kunst nu echt? Kan het iets betekenen voor mensen? Ja, maar kan het ook echt hun omstandigheden veranderen? Vaak niet. Is dat een reden om het niet te doen? Nee, ook dat niet….
In dezelfde serie vragen:  wat kan een museum nu echt bijdragen aan de community? Dit museum in Californië vertelt over de lange zoektocht naar een ‘social impact statement’ met buurtbewoners, experts en verschillende stakeholders. Om er uiteindelijk achter te komen dat hun eigen bijdrage niet veel kan betekenen voor sociale ongelijkheid op zich maar er wellicht vooral uit bestaat om sociale fragmentatie tegen te gaan en mensen bij elkaar te brengen op zo’n manier dat ze zich veilig voelen en zich met elkaar verbinden.

Kunst en leren
Al jaren wordt beweerd dat kunstbeoefening kinderen beter doet leren in andere vakken. Dat verschijnsel heet transfer: wat je leert in kunst kun je ook op andere plekken gebruiken. Op een onderzoeksconferentie van jaren geleden werd nog gesteld dat daar geen bewijs voor was. Komt daar nu verandering in? In een artikel in The New York Times wordt onderzoek aangehaald dat lijkt te bewijzen dat het gebruiken van methoden uit de kunst juist de minder goede leerlingen helpt om meer te onthouden en betere resultaten te halen. Ik denk dat het komt omdat het visueel maken van leerstof en het via een ritme en/of melodie laten onthouden, kinderen helpt die op de traditionele manier minder makkelijk leren. In het artikel wordt voorgesteld om kunst op drie manieren in te zetten op school: kinderen leren zelf verschillende kunstdisciplines beoefenen, kunstenaars naar school laten komen of musea bezoeken met school en als derde manier kunst integreren in andere vakken.

Financiering
De Raad voor Cultuur heeft onlangs advies uitgebracht over financiering van cultuur. In de reacties gaat het vooral over het voorstel om een privaat-publiek gefinancierd revolverend investeringsfonds op te zetten. Zo’n soort fonds moet er zeker komen, maar dat is alleen een financieel instrument. Er moet veel meer gebeuren om dit fonds überhaupt succesvol te maken. Er is een groot gebrek aan financiële adviseurs die in staat zijn om verschillende soorten financiering aan elkaar te koppelen: stapelfinanciering. Dus combinaties maken van bijvoorbeeld crowdfunding en verschillende soorten leningen. Er zijn adviseurs nodig die zowel kennis hebben van de financiële als van de kunstwereld en daar zijn er niet genoeg van. Nu kennen noch de instellingen, noch de kunstenaars de mogelijkheden van verschillende soorten financiering.
In Nederland hebben we bovendien geen publieke banken meer met een duidelijke maatschappelijke doelstelling, op enkele regionale ontwikkelingsmaatschappijen na, maar die doen zelden iets voor de culturele sector. Bij kleinere leningen vinden banken het niet rendabel om sectorspecifieke kennis op te bouwen en die is wel nodig. In landen als Duitsland, Frankrijk, Spanje en Italië zijn er wel publieke banken. Daarom is de Europese garantiefaciliteit voor de culturele en creatieve sector nog niet in Nederland geland en in andere landen wel. KEA uit Brussel en Deloitte Luxemburg helpen banken aan kennis over de culturele en creatieve sector en over het belang ervan voor de huidige economie. De kern van hun betoog is: “Financing CCS (Cultural and Creative Sector) is about investing in entrepreneurs and cultural workers that contribute to make life more attractive, interesting, challenging and meaningful”.
En dan is er het probleem van schaalgrootte. De grote instellingen krijgen hun investeringen gewoon gesubsidieerd en hoeven dus geen leningen af te sluiten. Terwijl ze die best zouden kunnen terugbetalen uit hun inkomsten. Dat vraagt dus om heroverwegen van wat wel en niet gesubsidieerd wordt. Aan de andere kant van het spectrum zijn er de kunstenaars en kleine instellingen die van project tot project leven en geen verstand hebben van financiële planning. Hun horizon reikt vaak niet verder dan 6-12 maanden. Zij stoppen vooral veel onbetaalde tijd in hun projecten en lenen voortdurend bij familie en vrienden om hun project voor te financieren. Ook ruilen ze hun tijd met andere kunstenaars: ik steek 20 uur onbetaald in jouw project en jij straks 20 uur in mijn project. Bij hen is vooral veel advies en ondersteuning nodig bij het nadenken en begrijpen van verschillende financieringsmodellen. Het lijkt me beter als aan dat investeringsfonds een adviesfaciliteit gekoppeld wordt die de kloof tussen financieringsbehoefte en -mogelijkheden helpt overbruggen. Dat is alvast een van mijn conclusies na een groepsgesprek met 20 kunstenaars als onderdeel van een onderzoek van Hogeschool van Amsterdam, Cultuur+Ondernemen en de HKU.
Het net gestarte FLIP-project in opdracht van de Europese Commissie, waar ik aan meedoe als externe expert bij consortiumpartner IDEA-Consult, gaat ook kijken naar verschillende financieringsmodellen, o.a. als opvolging van het EU-rapport uit 2016, waarin al veel mogelijkheden worden opgesomd.
Interessant zijn ook fondsen die aan social impact investing doen: investeren voor de langere termijn, gericht op sociale impact. Veel kunstenaars en kleine instellingen hebben sociale impact, maar worden door dit soort fondsen nog niet gezien. In dit artikel wordt de mogelijkheid ervan verkend.
In vroegere tijden waren er mecenassen die een kunstenaar onder hun hoede namen: één-op-één. Nu kun je via Patreon of via je eigen website je maandelijks laten ondersteunen door een grotere groep mensen met een klein bedrag: veel-op-één. Dat vereist wel een flinke fanbase, want ook al heb je relatief weinig mensen nodig die maandelijks doneren, lang niet iedereen zal dat doen. En dan is er het dilemma: voor alles geld vragen of ook kunst gratis weggeven in de hoop er iets voor terug te krijgen. Vaak wordt het een mix. In dit lange artikel een tour d’horizon langs de mogelijkheden.
Eerder onderzoek heeft al uitgewezen dat crowdfunding meer oplevert als er matchfunding aan verbonden is. In het UK bouwen ze hierop voort met een nieuw matchfunding project voor ‘Music Education Hubs’.
Een andere invalshoek: een enquête onder 40 filantropiefondsen in Europa. Wat geven zij aan kunst en cultuur? Veel aan jeugd, nadruk op het ontwikkelen van publieksbereik, meer doen dan alleen financiële steun, maar wel met een totaal van 900 miljoen Euro aan investeringen in 2016.

Arbeidsmarkt
Ja, alweer een Engels rapport, er wordt daar gewoon meer en beter onderzocht. Een uitgebreid onderzoek onder beeldende kunstenaars laat zien dat inkomen uit artistiek werk gemiddeld niet meer dan een derde van het inkomen oplevert. En als beeldende kunstenaars meer tijd besteden aan hun artistieke werk, levert dat meer inkomen uit kunst op, maar hun totale inkomen wordt niet hoger. Het ene inkomen vervangt het andere. Twee derde van de kunstenaars werkt erbij. 90% van de kunstenaars zegt niet van zijn/haar artistieke werk te kunnen leven. Op zich geen nieuwe en verrassende cijfers, wel een bevestiging van het bestaande beeld.

Arts & Business
Een leuk voorbeeld van een bedrijf wat je niet snel associeert met kunst. Een autowerkplaats in de USA is gaan inzetten op muurschilderingen om aandacht te trekken en werkt daarvoor samen met lokale kunstenaars. En dan blijken de eigen medewerkers ook veel vaker creatief actief dan ze dachten. En door die muurschilderingen blijken ze ook meer vrouwelijke klanten te trekken. Kunst is goed voor je business.
Giovanni Schiuma legt uit dat bedrijven die investeren in kunst de effectiviteit daarvan niet zozeer moeten gaan meten op basis van aantallen nieuwe ideeën. Juist omdat je met kunst investeert in mensen en in het begin van vernieuwing zijn hun verhalen minstens zo belangrijk, meer dan de cijfers. En ik kan me herinneren uit eerdere verhalen dat managers die de kracht van de inzet van kunst ervaren hebben, ook niet meer op zoek gaan naar de cijfers.
Eigenlijk is het een goed idee om in Nederland weer eens een conferentie te organiseren met kunstenaars en intermediairs die actief zijn in organisaties en bedrijven. Het liefst samen met intermediairs uit het buitenland om ervaringen uit te wisselen en het onderwerp weer eens onder de aandacht te brengen. Er is hier en daar wat onderzoek startende…. Wie doet mee?

En dan nog dit:

  • Altijd al willen weten wat een manager doet van een opkomende of succesvolle muzikant of muziekgroep? Zeker in een sector waar de kosten flink voor de baat uitgaan (investeren in opnames, apparatuur, toeren), is dat een lastige baan. En komt er veel druk van alle kanten.
  • 70% van de wereldbevolking kan geen lening krijgen omdat ze hun financiële geschiedenis niet kunnen aantonen. Nu is er een app die hen op basis van de gegevens die ze opslaan in hun mobiele telefoon een kredietscore toekent en een kleine lening geeft. Inmiddels hebben ze al voor vele miljoenen uitgeleend waarbij meer dan 90% op tijd terugbetaalt. Nu voor mensen uit minder rijke landen, maar wellicht ook een idee voor de minder rijken bij ons, zoals kunstenaars?
  • Word je als kunstenaar beroemd door je kunst of door je netwerk? In een onderzoek naar kunstenaars uit het begin van de 20e eeuw bleek het hebben van een breed en divers netwerk cruciaal om beroemd te worden. Hoe goed je als kunstenaar ook was, zonder zo’n netwerk werd je niet beroemd en kennen we nu je naam niet meer. En dat zegt niets over artistieke kwaliteit!

Tot de volgende keer!
En als je me ergens bij kunt gebruiken: joost@valuesofculture.eu.

Joost Heinsius

Nieuwsbrief 10 Maatschappelijke waarde van cultuur

December 2018
In deze Nieuwsbrief  bericht ik regelmatig over wat me opvalt in de wereld om me heen. Voor een groot deel is dat de kunstwereld, maar ook aanverwante onderwerpen komen aan bod: innovatie,  financiering, maatschappelijke waarde. Overal in de samenleving waar kunst van betekenis is en kan zijn. Het is bijna kerst, juist een goed moment om nog eens bezig te zijn met waar het echt om gaat!
Onderzoek naar de waarde van cultuur
In de UK komt een centrum ter bestudering van de waarde van cultuur (Center for Cultural Value). Dit centrum bestrijkt alle maatschappelijke baten van kunst en cultuur, waaronder economische impact, de impact voor steden en gemeenschappen en de impact op gezondheid en welzijn. De Engelse Kunstraad, de ‘Arts and Humanities Research Council’ en de Paul Hamlynstichting zorgen voor 2,5 miljoen pond voor de komende 5 jaar om dit op te zetten en van start te laten gaan.
Het brengt onderzoek bij elkaar over die impact, maar zal ook onderzoek initiëren. Veel onderzoek wordt opgezet voor belangenbehartiging richting politiek en beleid en is daardoor beperkt in scope en diepgang. Er is juist een groot tekort aan onderzoek wat langduriger grote vragen aanpakt. In het Cultural Value Scoping Project-rapport dat hieraan ten grondslag ligt, worden alvast een paar grote en complexe vragen benoemd voor onderzoek zoals:

  • De waarde van cultuur in relatie tot sociale ongelijkheid

Denk aan grote groepen mensen die zich geen onderdeel voelen van de heersende cultuur, cq het publiek gesubsidieerde stelsel, maar ook aan andere opvattingen over wat kunst en cultuur is, die dieper gaan dan ‘toegang krijgen tot ‘ en oppervlakkige diversiteitsprojecten

  • Wat is de samenhang tussen kunst, innovatie en de creatieve sector?

Welke rol spelen kunst en verbeelding in de economie van de toekomst, wat is de rol van cultuurdeelname hierin en hoe lopen verbanden tussen publiek-gesubsidieerde, commerciële en vrijwillig georganiseerde kunst en cultuur?

  • Wat is de relatie tussen de effecten van kunst en cultuur bij individuen en groepen (micro-niveau) en op maatschappelijk niveau (macro-niveau)?

Hier en daar bestaat onderzoek wat het effect laat zien van kunstdeelname op gezondheid en welzijn, maar er zijn meer en nieuwe onderzoeksmethoden nodig om te kijken naar verbanden op langere termijn en voor grotere groepen.

Onderwerpen naar mijn hart! Als er geen Brexit was, zou ik zo naar de UK verhuizen 😊.
Het nieuwe centrum zou vooral moeten samenwerken met de sector en zich niet in een ivoren toren verschuilen. Onderzoek naar de waarde van kunst en cultuur kan tenslotte bijna alleen plaatsvinden op de plek waar kunst en cultuur gemaakt wordt. Uiteraard begint zo’n centrum niet zonder te verwijzen naar veel onderzoek wat eerder heeft plaatsgevonden, zoals het meerjarig onderzoeksproject Understanding the Value of arts and Culture. En het kijkt hoe onderzoek op veel andere plekken georganiseerd is: onderzoeksnetwerken alleen zijn meestal niet sterk genoeg, een centrum wat afhankelijk is van één financieringsbron is weer te kwetsbaar. Zo’n centrum moet blijvend samenwerken met zowel de sector zelf, met onderzoekers en met beleid en politiek om relevant te blijven.
Ook is het de bedoeling dat het centrum bestaand bewijsmateriaal voor de waarde van kunst en cultuur verzamelt en bijhoudt rond bepaalde thema’s, zoals gezondheid, onderwijs, gebiedsontwikkeling e.d.

In de UK is pas een inventariserend rapport verschenen over onderzoek naar de impact van kunst  zowel bij gevangenen als op gezondheid. Het stelt ook de vraag of onderzoek dat puur uitgaat van de onderzoeksstandaard vanuit de gezondheidszorg of vanuit het gevangenissysteem wel geëigend is om het effect van kunst op een goede manier te vatten. Ik heb nog niet het hele rapport gelezen, dat wordt iets voor in de Kerstvakantie!
In Nederland is er alleen het inventariserende onderzoek naar kunst en gezondheid van ZonMw, verder zijn er geen overzichten, voor zover ik weet.
Ook net verschenen is De kunst van contact, een onderzoek door de Boekmanstichting in opdracht van het Prins Bernhard Cultuur Fonds naar buurtcultuur en community art. Een zoektocht naar begrippen, definities en waarden.

Kunst als interventie in de organisatie
Zowel in Nederland als in andere landen zijn er kunstenaars en clubs die artistieke interventies organiseren in bedrijven en organisaties. Een groeiend werkveld, waar af en toe over geschreven wordt. Er is echter ook een boek, uitgekomen in 2016, met meer dan 250 bladzijden aan onderzoek en casestudies: Artistic Interventions in organizations, research, theory and practice. Het bevat een beschrijving van het werkveld en de geschiedenis, maar ook verschillende onderzoeksmethoden komen aan bod en hun resultaten. En, niet onbelangrijk,  wat er nodig is in organisaties en bedrijven om artistieke interventies te laten slagen. Voor iedereen die actief is op dit gebied of er meer over wilt weten.

“Kiezen voor jeugdtheater is een radicale keuze voor de kwetsbaren van onze maatschappij, voor diegenen zonder macht”
Liesbeth Coltof neemt afscheid als regisseur/theatermaker en doet dat met een briefwisseling tussen haar en twee jongere theatermakers. Een scherpe discussie over wat theater wel en niet vermag, over het verhalen mogen vertellen van anderen als witte theatermaker, en over de twijfels tussen theater als veilige plek en als plek voor politiek activisme. Lezen!

Maar hoe werkt het dan?
Er is een kunstenaar en die werkt met een groep mensen. Dat heeft effect, maar hoe komt dat? Wat zijn daarvoor de ingrediënten? In deze publicatie proberen ze er een aantal te benoemen zoals ontmoeten, nieuwsgierigheid opwekken, experimenteerruimte bieden e.d. Nog geen volledig antwoord, verre van dat, maar wel elementen om verder over na te denken. Het is het eerste rapport in een langer project, dus wie weet.
In een Amerikaans rapport worden 12 esthetische kwaliteiten benoemd van Art as social change, zoals  o.a. de emotionele en zintuigelijke ervaring, risico’s nemen en disruptie. Ook voornamelijk in de vorm van voorbeelden. Wel heel goed dat de esthetische waarde van kunst in een sociale context benoemd en geclaimd wordt. Te makkelijk wordt er nog steeds in de kunstsector ervan uit gegaan dat die waarde er niet is.
In Nederland wordt weinig gepromoveerd op onderzoek in de kunst en al helemaal niet op de rol van kunstenaars in community art. Rina Visser-Rotgans deed dat wel en publiceerde het proefschrift: Veranderend Kunstenaarschap, De rol en betekenis van de kunstenaar in participatieve kunstpraktijken. Zij onderzocht 5 community art projecten zeer uitgebreid en sprak daarvoor met kunstenaars, deelnemers en opdrachtgevers. Ook uit haar onderzoek blijkt dat veel kunstenaars rechtstreeks willen bijdragen aan de samenleving zonder daarvoor hun professionele autonomie in te leveren!

Kun je het wel meten?
Heel vaak wordt gezegd dat de impact van kunst niet te meten is, en zeker niet als die impact op sociaal vlak ligt. De vraag is of dat klopt. Inderdaad, begrippen als sociale cohesie zijn ook niet te meten als je niet verder doordenkt over wat je precies gaat doen en wilt bereiken. Het is vooral een kwestie van willen. Dat is precies wat Peter Scholten aandraagt in deze column. Doordenken dus is de opdracht aan onszelf.

Waarde van kunst en cultuur
De voortdurende discussie over de maatschappelijke waarde van kunst en cultuur en of die valt uit te drukken in Euro’s. Grofweg zijn er deze twee methodes:

  • MKBA’s in sport (en cultuur?)

Maatschappelijke Kosten Baten Analyses worden gebruikt om zowel maatschappelijke als economische waarde over het voetlicht te brengen, waarbij de maatschappelijke waarde in getallen uitgedrukt wordt.  Het lastige is dat er bijna altijd aannames zitten in de berekeningen, waardoor de betrouwbaarheid ter discussie staat. Toch kunnen het soms nuttige instrumenten zijn. In de sport is nu een model uitgebracht om een MKBA te maken van sportevenementen van verschillende grootte. Als deze modellen worden ingezet, worden evenementen ook min of mee vergelijkbaar aan elkaar. Het lijkt me dat dit ook mogelijk zou moeten zijn voor culturele evenementen van verschillende grootte. Als een aantal evenementen op dezelfde manier onderzocht wordt, kan dit veel informatie opleveren.

  • Benefit Transfer Method

In Engeland zijn twee onderzoeken uitgebracht waarbij het gaat om de economische waarde van culturele instellingen voor zowel gebruikers als niet-gebruikers. Daarbij wordt onderzocht wat bezoekers over hebben voor culturele instellingen als die geen gratis entree zouden hebben, en ook welke waarde niet-bezoekers hechten aan het bestaan van dergelijke culturele instellingen in hun omgeving. In het ene onderzoek ging het over musea, in het andere over historische centra van steden met een kathedraal.
Nu zijn dit soort onderzoeken wel vaker gedaan, maat het bijzondere hier is dat ook gekeken of de waarden die hier uitkomen ook toepasbaar zijn voor andere plekken zonder dat daar alles opnieuw onderzocht moet worden. Dat blijkt, met enige slagen om de arm, te kunnen.
Het grote voordeel hiervan is dat, vanuit enkele centrale gegevens, voor een groot aantal plekken de economische waarde berekend zou kunnen worden. Dat scheelt veel onderzoekskosten. Een leuke uitdaging voor brancheorganisaties, bijvoorbeeld de Nederlandse MuseumVereniging.

World Cities Culture Report
Een groot rapport van 35 wereldsteden over cultuur. Dan verwacht je een glossy met allemaal cultuuriconen. Maar dat valt enorm mee. Belangrijke onderwerpen zijn: de open cultuur van steden in vergelijking met het land om hun heen wat vaak restrictiever beleid vertoont en populistischer is en de ruimte die nodig is om iedereen te bereiken met cultuur en te betrekken bij de samenleving. Met veel aandacht voor programma’s die dat beogen in de 35 stedelijke profielen.

Met professionele kunstenaars meer effect
Dit Amerikaanse document beschrijft 10 principes voor effectieve naschoolse kunstprogramma’s om kinderen meer zelfvertrouwen te laten ontwikkelen. Niet alleen dat het professionele kunstenaars zijn, maar ook kunstenaars die ervaring hebben met jongeren, met een cultuur waarin hoge verwachtingen heersen en waar voorstellingen worden ontwikkeld voor een echt publiek. En waarin de jongeren zelf een actieve rol spelen en leiderschap ontwikkelen. Een inspirerend verhaal wat laat zien dat goede kunstenaars het verschil kunnen maken voor kinderen en jongeren.

Nieuwe vaardigheden leren in de gevangenis, dankzij theater
Om na hun gevangenisstraf op een nieuwe manier hun leven in te richten, hebben gevangenen andere vaardigheden nodig dan die hen in de gevangenis brachten. Theater confronteert hen met hun emoties, emoties die ze in de gevangenisomgeving niet kunnen laten zien, en leert hen er op een andere manier mee om te gaan. In Amerika bestaat een theaterprogramma dat al 22 jaar op deze manier werkt. En waar vaak ex-gevangenen de producenten zijn.

En verder:

  • Art Based Learning

Steeds meer medische opleidingen trekken het museum in om toekomstige artsen beter te leren kijken. Dat kun je nu ook zelf individueel doen of in teams. Antwoorden krijgen op je vragen door lang en intensief naar een schilderij te kijken. Leren van Kunst heet het bedrijf dat een voormalige apotheker heeft opgezet en met een groot artikel in de Telegraaf werd gelanceerd.

  • Groei creatieve sector in Rotterdam

De creatieve sector (kunsten, creatief zakelijke dienstverlening en ict) blijft groeien in Rotterdam en is nu de 6e bedrijfssector qua grootte. De groei zit vooral in het aantal ZZP’ers en kleine bedrijfjes (minder dan 10 mensen). Veel daarvan zit in de podiumkunsten, blijkbaar sterk vertegenwoordigd in Rotterdam. Dat betekent dat de trend van schaalverkleining zich doorzet, gemiddeld worden bedrijven kleiner, niet groter. Tegelijk is de concentratie van al deze zzp’ers en kleine bedrijfjes op één plek dicht bij elkaar noodzakelijk voor informatie-uitwisseling en samenwerking.

  • Blockchain voor kunstenaars

Het stikt van de conferenties over mogelijke toepassingen van blockchain, maar nog niet vaak in de culturele sector. Hier is een nieuwe toepassing voor beeldende kunstenaars: een netwerk waarop kunstenaars origineel werk creëren en eigenaar blijven van hun werk, hoe het ook gebruikt wordt. Als een bedrijf hun werk wil benutten, wordt dat geregistreerd en krijgen de kunstenaars betaald.

  • For what question is design the answer?

Design, en dan met name social design, wordt vaak gepresenteerd als dé manier om maatschappelijke problemen aan te pakken. De vraag is echter of veel designoplossingen niet eerder de status quo bevestigen met aangenaam uitziende objecten of gadgets in plaats van het systeem te bevragen. Een kritisch artikel over What design can do.

En, tenslotte,  altijd leuk om te lezen: als kunstenaar leven in NewYork, niet echt de makkelijkste plek ter wereld voor kunstenaars. Schreeuwend duur, veel competitie en ontberingen. Je moet het wel echt willen! Je ziet alles terug, wellicht in verhevigde vorm, wat speelt in de opbouw van loopbanen van kunstenaars: huisvesting, werkruimte vinden, bijbanen, netwerken en heel veel doorzettingsvermogen.

Tot de volgende keer!
En als je me ergens bij kunt gebruiken: joost@valuesofculture.eu.

Joost Heinsius

Over autonomie, impact, diversiteit en financiering: Nieuwsbrief 9

Juli 2018
In deze Nieuwsbrief  bericht ik regelmatig over wat me opvalt in de wereld om me heen. Voor een groot deel is dat de kunstwereld, maar ook aanverwante onderwerpen komen aan bod. Overal in de samenleving waar kunst van betekenis is en kan zijn. Dit is een lange Nieuwsbrief, tegen alle trends in. Op  andere plekken zijn we al vaak genoeg kort van stof.
Diversiteit: wie wordt niet bediend met cultuur en waarom

In mijn vorige Nieuwsbrief schreef ik over de nieuwe termendiscussie (inclusiviteit, intersectionaliteit). In Rotterdam doen ze onderzoek naar wie wel wordt bediend met cultuuraanbod en wie niet. Aan de ene kant met bevolkingsonderzoek, waar allerlei typeringen uitkomen van groepen en hun hun cultuurgebruik, en aan de andere kant naar het aanbod van cultuur. Voor de hardcore cultuurgebruikers (ongeveer 20%) is er meer dan genoeg aanbod, voor het grootste deel van de bevolking (60%) veel minder. Dat zijn harde feiten. Zie dit verslag van de discussie bij de Boekmanstichting. De vraag rijst of dan de kwaliteitscriteria die toegang tot de fondsen bepalen, nog wel kloppen.

In een discussie georganiseerd door het FondsPodiumkunsten ging het hier ook over. Het oordeel van de voornamelijk witte experts is te beperkt en belemmert het zicht op wat er ook is en niet gezien wordt. Zo krijg je gesubsidieerde kunst voor een wit publiek in het centrum van de stad en minder gesubsidieerde kunst voor een zwart publiek aan de rand van de stad.

Samen werken aan kunst maken kan nieuwkomers helpen bij hun integratie. Niet alleen door nieuwe mensen te leren kennen, maar ook door de codes te leren doorgronden die je nodig hebt om te kunnen deelnemen aan de cultuur. In dit artikel van RektoVerso komen drie organisaties aan het woord die hieraan werken. Volgens hen loopt de kunst- en cultuursector achter in openheid voor nieuwkomers en/of ze doen aan ramptoerisme (‘we willen werken met een bootvluchteling’) of eenmalige projecten.

The arts world sees working-class people as a problem to be solved” want ze gaat uit van allerlei stereotypen over mensen met een arbeidersklasse-achtergrond. De elite in de kunstwereld vraagt zich te weinig af waarom deze mensen niet in grote getale de theaters bevolken. Omdat te bereiken moet je én meer mensen met deze achtergrond en ervaring benoemen in de leiding van culturele instellingen én kunstenaars daar werk laten maken én aansluiten op de culturele gewoonten van deze groep.

In 2017 kreeg ze de titel van Museumtalent van het jaar nadat ze twee tentoonstellingen heeft georganiseerd in het Amsterdam Museum. Daarna werd ze voortdurend gebeld door andere musea om kopjes koffie te drinken en antwoord te geven op de vraag hoe musea een andere publiek binnen kunnen krijgen. Nu zegt Imara Limon dat ze alleen nog geïnteresseerd is als het om structurele veranderingen gaat. Ook hier de boodschap: incidentele projecten voldoen niet langer.

Zijn woorden neutraal? Nee, natuurlijk niet, woorden hebben invloed op de manier waarop we naar mensen, voorwerpen en geschiedenis kijken. En tegelijk bepaalt wat we meemaken de lading die woorden krijgen. Een dynamisch en voortdurend veranderend proces van betekenis geven. Toen de lijst uitkwam van een aantal musea over woorden met een betwistbare geschiedenis, buitelden de commentaren over elkaar heen met termen als censuur, verboden termen, enz. Terwijl het er vooral om gaat om een discussie los te maken en materiaal te bieden voor een beredeneerde keuze van termen. ‘Praat niet alleen over mensen, praat ook met hen over de betekenis van termen’, is eigenlijk de boodschap.

En, tenslotte, er wordt vaak gezegd dat divers samengestelde teams meer creativiteit opleveren en dus goed zijn omdat verschillende perspectieven betere ideeën opleveren. Maar dat is niet altijd zo. Voorwaarden zijn dat er genoeg psychologische veiligheid gevoeld wordt om af te wijken van de drang tot harmonie die snel optreedt in een team én dat er een gezamenlijk mechanisme is om verschillen op een positieve manier op te lossen. Diversiteit is hard werken!
Kunst en …
·        Dans is in opkomst als gezondheidsbevorderend binnen bedrijven: dansen tegen burn-out. De conferentie hierover van Dance@Work leverde veel publiciteit op, in de NRC, bij BNR-radio en in Mestmag. En dat dans een goede interventie is binnen de zorgsector kwam zelfs in het Europese Parlement aan bod. Zelf was ik aanwezig bij de conferentie van Dance@Work, er viel veel te bewegen, maar er was minder ruimte voor reflectie op wat met elkaar bewegen kan betekenen, bijvoorbeeld binnen onderlinge relaties. Dans is meer dan alleen bewegen. Dansen helpt trouwens ook goed bij Parkinson: het verbetert de coördinatie en versterkt verbindingen in de hersenen.

·        Film en organisatie: wat kun je uit speelfilms leren over de complexiteit van organisaties en hoe je daar invloed op uit kunt oefenen? Op 27 en 28 september organiseren het lectoraat Change Management van de Haagsche Hogeschool en de Orde van Organisatiekundigen en Adviseurs een filmfestival: Corporate Bodies Filmfest. Films kijken, discussie en ideeën voor het inzetten van filmfragmenten in workshops en advieswerk.

·        Wetenschap, technologie en gezondheid: het Sparksproject heeft veel materiaal opgeleverd om spelenderwijs en op een creatieve manier allerlei doelgroepen te betrekken bij het bedrijven van wetenschap en dat zo uit de ivoren toren te krijgen. Er waren veel musea betrokken bij dit project en alle materialen zijn nu beschikbaar. Maar ook: kunst en design zijn van beslissende invloed op de manier waarop allerlei technologische ontwikkelingen worden uitgewerkt in producten en diensten. Dat wordt duidelijk in dit artikel: ingenieurs alleen gaan het niet redden. In de UK bestaat de kans dat muziekworkshops door artsen gaan worden voorgeschreven aan jonge moeders met een post-natale depressie. Dit is een van de voorbeelden waarop kunst ingezet kan worden als ‘medicijn’. Kunst als medicijn geldt ook voor het project  ‘Panorama InsideOut’ in het kader van Leeuwarden2018. Meer dan 200 Friezen met een verleden of heden in de psychiatrie schilderden een panorama van 40 meter onder leiding van kunstenaar Baukje Spaltro. Daarbij gaat het niet alleen om wat een psychiatrische aandoening met mensen doet, maar vooral om zingeving, waardering, een doel hebben en contact met zielsverwanten.

·        Kunst en ICT? In een Europees programma worden kunstenaars ingezet om verbinding te maken tussen kleine bedrijven, ICT en innovatie. Concrete resultaten lijken er nog niet te zijn, maar ik ben er wel benieuwd naar. Vanuit Nederland doet SmartCity Eindhoven mee.

·        Ook in de gids ‘Route Ondernemerschap’ wordt aandacht besteed aan het buiten de kunstsector werken. Op pagina 24 en 25 vind je daarvan een korte beschrijving, met mijn naam erbij.

 

Financiering
·        Hoe denken kunstenaars en creatieven over geld en financiering? Welke financieringsvormen kennen ze en gebruiken ze? De Hogeschool van Amsterdam, Hogeschool voor de Kunsten Utrecht en Cultuur+Ondernemen hebben een kleine onderzoeksubsidie gekregen om bij een groep kunstenaars en creatieven te kijken hoe het zit. Het onderzoek start in september 2018 en ik werk er ook aan mee.

·        Het matchen van crowdfunding met andere gelden gebeurt steeds vaker. In Nederland werkt Voordekunst er veel mee, maar ook Voorjebuurt. Fondsen en overheden dragen extra bij aan je project waardoor je óf sneller aan je doelbedrag komt óf je eindbedrag verhoogt wordt. Voor fondsen en overheden is het een handige manier om hun geld te koppelen aan projecten waarvan blijkt dat er via crowdfunding draagvlak  en vraag voor is. In dit Europese rapport vind je een verzameling voorbeelden van met name civic crowdfunding en matchfunding.

·        Amanda Palmer is een bijzondere kunstenaar en muzikant. Ik las haar boek The Art of Asking. Het is een fascinerend verhaal over haar geschiedenis als kunstenaar en het vertrouwen dat ze vanaf het begin stelt in haar publiek en fans. Ze deelt heel haar leven, doet aan couchsurfing en begrijpt heel snel de kracht van social media en crowdfunding. Ze is de eerste muzikant die een miljoen dollar (!) ophaalde op Kickstarter om zelf een CD op te kunnen nemen. Op Patreon, de site waar je maandelijks kunt bijdragen aan een kunstenaar van je keuze, heeft ze meer dan 11.000 donateurs. Het klinkt als een succesverhaal, maar het heeft haar vele jaren van armoede en doorzettingsvermogen gekost om zover te komen. Haar verhaal draait om de kunst van het vragen aan anderen wat je nodig hebt en de balans tussen vragen en geven. Herkenbaar is het deel over het imposter syndrome, het gevoel dat je het eigenlijk niet waard bent om iets te vragen aan een ander. Een gevoel dat, denk ik, door veel kunstenaars gedeeld wordt, en waarom ze het vaak moeilijk vinden om aandacht te vragen voor hun werk.
Over autonomie en waarde van kunst.
Ik heb het al eerder gehad over de valse tegenstelling tussen intrinsieke en instrumentele waarde van kunst. In deze bespreking van het boek ‘Literature and the public good’ wordt gesteld dat boeken van nature een sociale waarde hebben en dat de intrinsieke en instrumentele waarde volledig verknoopt zijn. Een stelling naar mijn hart. Lara Staal schreef een uitgebreid artikel over de angst (vooral in Nederland) om autonomie te verliezen, waarom autonomie en engagement geen tegenstelling zijn en dat pure autonomie niet bestaat. Autonomie als vruchtbare illusie om uit te monden in de nogal absolute stelling dat alles ideologie is. Een andere, persoonlijke, benadering vind je bij de filosoof Beate Rössler: autonomie vindt altijd plaats binnen relaties.

 

Impact meten?

Ontwikkeld in opdracht van drie ministeries is het ImpactPad verschenen, een handleiding voor sociale ondernemingen om hun maatschappelijke impact te meten. Een zeer uitgebreide en grondige handleiding met nadruk op drie thema’s: arbeidsparticipatie, duurzame waardeketens en circulaire economie. De goede kant ervan is dat het vijf niveaus aangeeft van impactmeting; er valt een flinke groei door te maken. Aan de andere kant ben ik bang dat dit lijvige werk te omvangrijk is voor de meestal kleinere instellingen in de cultuursector (die ook vaak sociale impact hebben) om bruikbaar te zijn. Dan geloof ik toch eerder in de aanpak van Sinzer die met kleinere sociale wijkinitiatieven werkt en samen met hen impact meten vanaf de basis opbouwt.

Hoe professionele autonomie van kunstenaars de maatschappelijke waarde van kunst versterkt

Lezing Boekmanstichting 9 oktober 2017

 

Inleiding

Ik werk in de kunst- en cultuursector sinds 2001. Dat deed ik bij Kunstenaars&CO en bij Cultuur-Ondernemen. Daar waren twee thema’s belangrijk: cultureel ondernemerschap en maatschappelijke kunstprojecten. Vanuit de kunstsector en vanuit het kunstvakonderwijs was toen veel weerstand tegen beide. Kunstenaars maken kunst, het zijn geen ondernemers. Als het ondernemers worden, zijn het geen kunstenaars meer. Dezelfde reactie gold voor maatschappelijke kunstprojecten: dat is geen kunst, maar een bedreiging van de autonomie van de kunst, dit is het instrumenteel inzetten van kunst.

En in de recente geschiedenis zorgden de bezuinigingen van het eervorige kabinet voor een schok. Niet alleen door de omvang, maar ook door het gemak waarmee die bezuinigingen geaccepteerd werden. De enige protesten kwamen vanuit de sector zelf, de rest van de bevolking vond het prima. Blijkbaar is het draagvlak onder de bevolking voor kunst veel kleiner dan gedacht. De reactie vanuit het vorige kabinet, met een PvdA-minister, was dan ook om het meer te hebben over de maatschappelijke waarde van kunst. Alleen valt die niet zo makkelijk te duiden en expliciet te maken.

Je ziet dat de kunstsector zoekende is rond het thema van de maatschappelijke waarde van kunst. Moeten alle kunstenaars zich nu gaan bezig houden met maatschappelijke thema’s? Is dat niet een aantasting van de artistieke autonomie, wordt kunst dan niet instrumenteel ingezet en heeft dat niet onvermijdelijk gevolgen voor de artistieke kwaliteit?

Twee stellingen

Mijn antwoord hierop is samen te vatten in twee met elkaar samenhangende stellingen.

  1. De dichotomie tussen autonomie en instrumentalisme is simplistisch en doet geen recht aan de professionele praktijken van de kunstenaars van nu. Laten we naar die praktijken kijken en onderzoeken hoe daar zowel kunstwaarde als maatschappelijke waarde tot stand komen. Een belangrijk begrip daarbij is professionaliteit en wat we daaronder verstaan.
  2. Er zijn meerdere manieren waarlangs de maatschappelijke waarde van kunst gerealiseerd wordt. Erken en waardeer dat pluralisme en stop met het boven elkaar stellen van de ene vorm boven de andere. Ze hebben ieder hun eigen waarde. Dit pluralisme is nodig om het maatschappelijk draagvlak voor de kunstsector te versterken.

Deel I Autonomie en instrumentalisme

Autonomie is het zelfstandig nemen van beslissingen over wat er gemaakt wordt en hoe.

Twee voorbeelden:  het Nationaal Ballet gaat mee op  een diplomatieke reis. Dat is een instrumentele inzet van ballet, het dient namelijk een ander doel dan de kunst zelf. Als land laten we zien wat we in huis hebben en dat dat van de hoogst mogelijke kwaliteit is. Maar zijn de dansers die avond instrumenteel bezig? Of zijn ze, zoals altijd, tot op het bot intrinsiek gemotiveerd om de balletten die zij laten zien zo mooi mogelijk te dansen? Wordt het ballet zelf er anders van? Is dat niet meer autonoom als kunstwerk? Dat lijkt me onwaarschijnlijk. Dus die balletvoorstelling is instrumenteel en autonoom tegelijk.

Tweede voorbeeld:  een actrice/theatermaker werkt al jaren met groepen met wie het niet zo goed gaat in deze veeleisende samenleving: ongeletterden, kwetsbare jongeren, dementerenden. Zij zet haar vak-kwaliteiten in om via workshops en gedurende langere tijd bij elkaar komen deze mensen zelf theater te laten maken en hen zo meer zelfvertrouwen te geven en  positieve ervaringen op te laten doen. Zelfexpressie, samenwerken, iets leren en de resultaten ervan kunnen laten zien hebben positieve effecten op mensen, dat heeft onderzoek ook laten zien. Echt instrumenteel inzetten van de kwaliteit van kunst toch?

Maar ze maakt ook theatervoorstellingen, waarin deze mensen samen met professionele acteurs op het toneel staan. Authentieke voorstellingen met veel zeggingskracht, geheel gemaakt volgens haar eigen artistieke inzicht. Kortom, autonome kunstwerken, in de zin van zelfstandig gemaakt. Op het ene moment werkt ze instrumenteel en het volgende moment autonoom. Of sterker: de instrumentele inzet is nodig om tot een autonoom kunstwerk te komen. Het is de vraag of het harde, dichotome onderscheid tussen autonoom en instrumentalisme nog wel zinvol is. Mijn antwoord is: nee, het staat juist het waarderen van de waarde van kunst in de weg.

Waarom deze vraag?

Ik ontken niet het belang van autonomie in de kunst, integendeel. Zonder een vorm van autonomie geen kunst, zonder zelfstandig nadenken en artistieke verbeelding is er geen artistieke, maar ook geen maatschappelijke waarde.

De tegenstelling autonomie-instrumenteel verduistert wel het zicht op de waarde van cultuur voor onze samenleving. Omdat het lijkt alsof elke maatschappelijke inzet van kunst instrumentalistisch is en daarmee afgedaan wordt als negatief en bedreigend voor de kunsten. Daardoor blijft veel maatschappelijke waarde van kunst onzichtbaar en wordt buiten de kunstsector geplaatst.

Veel mensen in de kunstsector vinden dat de autonomie van de kunst onder zware druk staat. Kunst wordt ingezet voor gebiedsontwikkeling, verkocht als motor voor economische waarde, als smeermiddel voor sociale cohesie. En misschien nog wel erger: subsidie voor kunst wordt ook al aan doelstellingen gekoppeld van buiten de kunst. En daarmee, vinden zij, wordt de autonomie van de kunst geweld aangedaan. En wordt de kwaliteit van de kunst geweld aangedaan, is de impliciete implicatie. Deze ervaren druk leidt tot een verdedigende houding en in sommige gevallen tot een zich terugtrekken op het eigen bastion. De tegenstelling autonoom-instrumenteel lijkt te worden gebruikt om zich aan de maatschappij te onttrekken in plaats van de discussie aan te gaan en artistieke vrijheid in verband te brengen met maatschappelijke waarde.

Autonomie

Autonomie is altijd relatief, je bent altijd zelfstandig ten opzichte van iets of iemand anders. Autonomie gaat om graden van vrijheid die je verkrijgt om te denken en te handelen in relatie tot je omgeving. Volledige autonomie geldt wellicht voor een persoon op een onbewoond eiland met voedsel en drinken in overvloed. Maar alleen al het stellen van deze voorwaarden geeft aan dat autonomie afhankelijk is van het aanwezig zijn van andere vervulde voorwaarden. Autonomie is nooit absoluut, maar bestaat alleen bij de gratie van anderen.

Getuigt het inzetten van de tegenstelling autonoom-instrumenteel niet van een gebrek aan professionaliteit in de sector? Van gebrek aan vertrouwen in de professionele kwaliteiten van de kunstenaar? Alsof deze zich zomaar opzij laat zetten? Kunnen we niet beter spreken van verschillende vormen van autonomie, verschillende gradaties van autonomie of van verschillende autonome posities die ieder een eigen waarde hebben?

Het begrip autonomie heeft de kunst enorm vooruit geholpen, kunst maken los van opdrachtgevers, sponsors of mecenassen. Het heeft tot veel nieuwe stromingen en ontwikkelingen geleid. Dat alleen al heeft maatschappelijke waarde opgeleverd. Tegelijkertijd beschouwen we veel ‘oude’ kunst die in opdracht is gemaakt nu als autonome kunst van hoge artistieke kwaliteit: klassieke muziek, oude schilderijen. En vergeten dat die in opdracht is gemaakt. Opdrachtgeverschap en kwaliteit kunnen ook prima samengaan.

Deel II Meerdere verhalen over de waarde van kunst

Er zijn meerdere verhalen over de maatschappelijke waarde van kunst, verhalen die naast elkaar staan, soms overlappen, maar die allemaal hun eigen waarde hebben.  Het wordt tijd  dat we in de kunstwereld stoppen om elkaar te bestrijden met het enige juiste verhaal over de waarde van kunst. Maar erkennen dat er meerdere verhalen zijn met elk hun eigen waarde. En dat we als kunstwereld veel sterker staan als we al die verhalen omarmen en erkennen. Want tot nu toe lukt het de kunstwereld niet om met één inclusief verhaal over de waarde van kunst naar buiten te komen. Het ontbreekt aan verbinding tussen de amateurkunstbeoefenaars (meer dan 6 miljoen!) en de officiële kunstwereld, tussen community art en zogenaamd autonome kunst, en het ontbreekt aan draagvlak voor kunstsubsidies bij grote delen van de bevolking.

Vijf keer kunstwaarde

Ik zie een vijftal redeneringen over de waarde van kunst:

  1. Artistieke autonomie als hoogste waarde

In deze redenering is artistieke kwaliteit het enige criterium dat telt. Al het andere hoort niet tot het artistieke domein en hoort dus ook niet mee te wegen in de beoordeling van kunst. Juist hier speelt het begrippenpaar autonomie-instrumentalisme een hoofdrol als afgrenzing. De autonomie van de kunstenaar is een bijna absolute grootheid. En daarmee wordt bedoeld dat de kunstenaar geheel zelf bepaalt wat hij/zij maakt en dat eigenlijk alleen gelijken kunnen bepalen of dit goede kunst is. Alle andere manieren van kunst maken (en beoordelen) – in opdracht, samen met anderen – vallen buiten de autonomie van de kunstenaar en zijn dus instrumenteel. Instrumentele kunst voldoet niet aan de criteria van autonomie en is dus geen goede kunst. Dit vertoog speelt het sterkst in de beeldende kunst. In de verwrongen versie ervan is autonomie een voorwendsel voor een leefstijl waarin een kunstenaar vindt dat hij/zij aan niemand verantwoording hoeft af te leggen en toch betaald dient te worden voor zijn/haar werk, met name door de overheid. Die laatste connotatie met ‘autonome’ kunst is sterk aanwezig bij het grote publiek: prima, dat dat gemaakt wordt, maar waarom moeten wij ervoor betalen?

  1. Kritische waarde

De ontwikkeling naar autonomie in de kunst van de afgelopen 100 jaar heeft de mogelijkheid opgeleverd van een kritische positie tegenover de samenleving. In de strenge vorm van deze redenering is kunst alleen goede kunst als die kritisch is over onze maatschappij; kunst moet schuren, wrevel opwekken, en vooral het feilen laten zien van deze, kapitalistische, samenleving. In een wat positiever gerichte vorm bedenkt kritische kunst ook alternatieven voor de samenleving, bijvoorbeeld in het bedenken van kleinschalige, bottom-up initiatieven. Dit vertoog is ook zeer beducht voor instrumentalisme. Werken in opdracht of in organisaties en bedrijven zijn vormen van kunst beoefenen waarbij de autonome – lees: kritische houding – van kunst onder druk staat of verdwijnt, en is daarom geen goede kunst. Autonome kunst is een kritische commentator van politiek en samenleving.

  1. Activistische waarde

In het vorige vertoog gaat kunst over politiek en samenleving, maar bedrijft kunst geen politiek, want dat is voorbij de grenzen van de kunst. Dan verliest het  autonomie en wordt het instrumenteel. Veel kunstenaars zetten echter hun kunst in om de samenleving te veranderen. Dat kan door utopieën te bedenken en ermee te experimenteren en daarmee het bestaande uit te dagen en daadwerkelijk voor te houden: dit kan anders. Een andere veel voorkomende vorm is de straat op te gaan, op te komen voor onderliggende groepen, te protesteren voor hun belangen en daadwerkelijk de eigen omgeving proberen te verbeteren. Niet voor niets vind je veel kunstenaars onder hen die vluchtelingen opvangen, die met kunstactiviteiten het zelfvertrouwen van kinderen met achterstanden versterken en die met vernieuwende ecologische vindingen de circulaire economie verbeteren. Bij het onderzoeken, ontwerpen, uitvoeren en bekend maken zetten ze hun artistieke processen en onderzoek in. Velen vinden zichzelf kunstenaar, al is het artistieke proces vaak belangrijker dan de artistieke kwaliteit van het resultaat. Maar ze hebben er moeite mee dat de gevestigde kunstwereld hen niet accepteert als ‘echte’ kunstenaars. Anderen laten zelfs het etiket kunstenaar los omdat zij vinden dat de associaties van het publiek met het kunstenaarschap (‘och, het zijn maar kunstenaars’) hun maatschappelijke effectiviteit belemmert.

  1. Toepasbare waarde

Kunst wordt vaak ingezet als een middel voor een ander doel dan de kunst zelf. Denk aan de balletvoorstelling als diplomatiek middel. Zowel bij het artistieke als het kritische vertoog wordt dat meteen als een instrumenteel gebruik van kunst benoemd, en daarmee als fout. De vraag is of deze Pavlov-reactie wel klopt. En of de kunstenaars die op deze manier actief zijn, dus ook geen ‘goede’ kunstenaars zijn. Om een paar terreinen te benoemen waar kunst toegepast wordt:

Economie: de aanwezigheid van kunst versterkt de aantrekkelijkheid van stad of dorp en heeft daarmee impact op de bestedingen, zoals via toerisme. De kunstsector zelf is een economische sector die ertoe doet.

Gebiedsontwikkeling: de aanwezigheid van broedplaatsen en ateliers leidt tot instroom van nieuwe bewoners en hippe koffietentjes en daarmee tot het aantrekkelijk maken van de buurt, wat leidt tot hogere huizenprijzen. In zijn slechtste vorm pure gentrificatie (leidt tot uitdrijven van oorspronkelijke bewoners en kunstenaars), in een sociale vorm een verbetering van sociale cohesie en versterking van het zelfvertrouwen van buurtbewoners.

Bedrijven en maatschappelijke organisaties: steeds meer bedrijven en organisaties zetten kunstenaars in om vastgelopen processen los te trekken, voor innovatie en productontwikkeling en voor versterking van de communicatie met klanten of burgers. De een noemt dit artistieke interventies, de ander cross-overs. Voor kunstenaars is dit werk regelmatig inspiratie voor hun eigen (autonome) werk, maar ook geldelijke waardering voor hun kwaliteiten waar het in de kunstwereld zelf vaak aan ontbreekt.

Zelf doen: veel mensen doen zelf aan kunstbeoefening, schilderen, toneel spelen, muziek maken, fotograferen, schrijven, noem het maar op. Mensen voelen zich daar goed bij, ontdekken nieuwe kwaliteiten van zichzelf, oefenen, werken samen en worden ergens beter in. Ook dat is een belangrijke waarde die kunst biedt.

  1. Amusementswaarde

Kunst is ook gewoon tijdverdrijf. Luisteren naar muziek maakt het makkelijker om de dag door te komen; naar een musical gaan of een cabaretvoorstelling is een avondje uit. Naar het museum gaan kan ook gewoon een sociale bezigheid zijn. En ja, die kunst kan heel goed gaan over morele dilemma’s, maatschappelijke thema’s, of je kunt je heel goed herkennen in de personen waarmee de spot wordt gedreven. En daar kun je het over hebben na afloop. Maar je hoeft er niets mee als je niet wil. Heel veel kunst in Nederland is amusement. Voor de mensen die de autonome en de kritische waarde aanhangen, is dit een waardecategorie die zij niet appreciëren: het is plat, men vindt het commercieel, en ja, het trekt ook nog veel bezoekers. Vaak van het soort waarvan zij zichzelf wensen te onderscheiden. Hun cultureel kapitaal vinden ze van hogere waarde dan dat van de mensen die naar dit soort kunst gaan.

Deel III Professionaliteit en maatschappelijke waarde

Wat de maatschappelijke waarde van kunst is, lijkt afhankelijk van het standpunt wat je inneemt over wat goede kunst is. Wat mij betreft kan niet één redenering claimen de enige juiste maatschappelijke waarde van kunst te vertegenwoordigen. Ze bestaan allemaal, naast en door elkaar. En zijn allemaal van belang. En: meerdere waarden vinden hun plek binnen één kunstenaarspraktijk.

Bovendien blijkt de angst voor verlies aan autonomie slechts in twee van de vijf redeneringen over de maatschappelijke waarde van kunst de boventoon te voeren, namelijk in de eerste redenering over artistieke autonomie, en in de tweede, over kunst als kritische waarde. Het grootste deel van de gemaakte kunst wordt daarmee veroordeeld tot instrumenteel of plat. Dat lijkt me niet zinvol als we een goed beeld willen krijgen van de maatschappelijke waarde van kunst.

Daarom moeten we los komen van de tegenstelling autonomie-instrumentalisme, en beginnen bij professionele autonomie. Artistieke autonomie ligt aan de basis van alle andere redeneringen over de waarde van kunst. Zonder autonomie, d.w.z. zonder zelfstandigheid en eigen keuzes in het proces van maken en laten zien, is er geen toepassing, geen amusement, geen activisme, geen kritische houding. Zonder verbeelding geen alternatieve blik op de realiteit.

Maar het is aan de professional zelf, de kunstenaar, om te bepalen hoe, waar en wanneer die zijn of haar artistieke autonomie inzet. Ten bate van de eigen kunst, ten bate van jongeren met een achterstand, ten bate van een organisatie, of om alle vakkennis en artistieke verbeelding in te zetten om te protesteren tegen de toe-eigening van de publieke ruimte door bedrijven.

Wat betekent de tegenstelling autonoom-instrumenteel nog als dezelfde kunstenaar ’s ochtends een workshop geeft aan kwetsbare jongeren (dus vakmatig instrumenteel te werk gaat), ’s middags een maatschappijkritische lezing geeft over die kwetsbare jongeren (kritisch is) en ’s avonds de regisseur is van een autonoom gemaakte theatervoorstelling waarin die kwetsbare jongeren meedoen? Is die kunstenaar ’s ochtends fout, ’s middags goed en ’s avonds weer fout?

Je ziet steeds meer kunstenaars die verschillende vormen van waarde maken combineren en elkaar laten inspireren. Die zelf, zelfstandig, autonoom, beslissen om op deze manier te werken. Die hun eigen regels bedenken en hun eigen context kiezen om kunst te maken. En die samen willen werken én in opdracht en dat spannend en inspirerend vinden zonder dat ze het gevoel hebben dat ze inleveren op het beste artistieke resultaat. Kunstenaars die in staat zijn om op verschillende momenten verschillende vormen van autonomie te hanteren.

De kunstenaar als autonome professional

Het is tijd om uit te gaan van de professionele autonomie van de kunstenaar. Professionals binnen allerlei disciplines buiten de kunstsector werken in opdracht of in een organisatie, maar komen pas tot hun recht en kunnen hun werk goed doen als hun professionele autonomie gerespecteerd wordt. Als ze zelf kunnen beslissen hoe ze hun deskundigheid inzetten en hun proces organiseren. Er is niet voor niets veel literatuur over het managen van professionals met als uitkomst dat je professionals niet te veel moet inperken omdat anders het resultaat van hun werk van mindere kwaliteit wordt. Geldt datzelfde niet ook voor kunstenaars?

Het wordt tijd om het begrip professionele autonomie van kunstenaars verder uit te werken. En daarbij goed te kijken hoe professionals uit andere sectoren dat invullen. In andere domeinen zoals consultancy of in onderwijs en welzijn, wordt vaak de term T-shape professional gebruikt. De verticale balk van de T staat voor de vakinhoudelijke kwaliteit, de visie en vaardigheden om het inhoudelijke vak uit te oefenen. De horizontale balk staat voor de benodigde vaardigheden om verbinding te maken: communiceren, processen leiden, onderhandelen, samenwerken, open staan, ondernemend zijn, enz..

Professionele autonomie blijkt uit de manier waarop kunstenaars de grenzen van hun inzet bewaken, waarop ze genoeg ruimte opeisen om hun vak uit te oefenen, onafhankelijk van de plek waar ze werken. Natuurlijk, overheden en andere opdrachtgevers willen allerlei doelstellingen opleggen aan de kunst. Het behoort echter tot de professionaliteit van de kunstenaar (of instelling) om zelf keuzes te maken en de eigen manouvreer-ruimte te veroveren. Autonomie is geen gegeven, die verover je. Door de kwaliteit van werken, door tegengas te geven of door meer waarde te leveren dan gevraagd.

Want juist binnen een professionele opvatting van het vak kunstenaar is ruimte voor een kritische positie. Omdat goede opdrachtgevers snappen dat juist die professionele autonomie een noodzakelijke voorwaarde is voor het beste resultaat.

Conclusies

Een uitspraak van een kunstenaar die van zijn werk kan leven, met galeries in vier landen, én die werkt in opdracht: “beperkingen en vragen van de opdrachtgever zie ik nooit als een beperking maar een uitdaging om een beter project te realiseren”. Hij heeft altijd een ander beeld bij de opdracht dan de opdrachtgever, dus verandert hij de opdracht. Want die verbeelding ziet hij als de professionele kracht van de kunstenaar. En daarmee verovert hij ruimte, in combinatie met zijn andere professionele vaardigheden. Weten hoe de hazen lopen bij een opdrachtgever, weten hoe te onderhandelen, enzovoort.

Het is de combinatie van artistieke eigenheid en professionele vaardigheden die kunstenaars in staat stellen om op verschillende plekken te werken, om te kunnen gaan met eigen en met externe doelen en hun eigen graad van autonomie te verwerven. Zijn het niet juist deze professionele kunstenaars die de maatschappelijk waarde van kunst verwezenlijken, ook al werken ze in hun praktijk binnen verschillende vertogen over de waarde van kunst?

Vier conclusies:

  1. de tegenstelling tussen autonoom en instrumenteel bestaat niet, er zijn verschillende autonome posities binnen allerlei contexten, waarvan sommige met een instrumentele doelstelling.
  2. de tegenstelling autonoom-instrumenteel belemmert het zien van een groot deel van de maatschappelijke waarde van kunst door andere redeneringen over de waarde van kunst af te doen als instrumenteel
  3. de tegenstelling autonoom-instrumenteel belemmert het draagvlak voor kunst, omdat het slechts enkele vertogen over de waarde kunst erkent, en niet diegene die voor een groot deel van de bevolking van rechtstreeks belang zijn.
  4. het begrip professionele autonomie stelt kunstenaars in staat om de eigen praktijk in te richten en vorm te geven op verschillende terreinen.